Plaatsing anodebed
De overgangsweerstand van een nieuw diepte-anodebed moet onder de 3 ohm liggen. Om dat te bepalen onderzoeken we eerst de verwachte bodemweerstand. Daarbij bepalen we de benodigde diepte van het boorgat en de lengte van de anodekolom.
Na het boren meten we met een meetsonde de werkelijke bodemweerstand in intervallen van vijf meter. Op basis van die metingen stellen we het anodebed samen uit anodes en dummy’s.
Tijdens de opbouw zorgen we dat de anodes worden geplaatst in de bodemlaag met de laagste weerstand. Zo kan de stroom die vanaf de gelijkrichter naar het anodebed wordt gestuurd, met zo min mogelijk weerstand de grond in.
Daarom worden anodebedden vaak op grote diepte geplaatst, waar de bodemweerstand gunstiger is en de stroom zich goed kan verspreiden van anode naar kathode. Meestal ligt de kop van het anodebed op ongeveer 40 meter onder het maaiveld. Dat voorkomt verstoring met kabels en leidingen van anderen en minimaliseert de spanningstrechter aan het oppervlak.
Korf KB gebruikt holle silicium-ijzeranodes die in een buis worden geplaatst en worden afgevuld met backfill. Rond de buis zit een koppelframe, zodat de anodes eenvoudig in het veld kunnen worden gekoppeld.
Wij bouwen gelijkrichters op wens van de klant, vaak op basis van de Amstel-gelijkrichter in diverse uitvoeringen. Voor het inbouwen gebruiken we meestal een dubbeldeurse polyesterkast, maar ook dit stemmen we af op de voorkeur van de klant.